header-06.jpg

Wat is dat eigenlijk, geloven?

Geloven wordt in ons gewone taalgebruik vaak gezet tegenover weten. Om een voorbeeldje te gebruiken: ik geloof dat de bus om 14.30 komt, maar ik weet het niet zeker. Ik moet het even opzoeken.

Als we het woord geloven zo begrijpen, dan wordt geloven in God een sprong in het diepe. Je hoopt dat je in Gods handen valt, maar je weet het niet zeker. Of nog sterker: geloven heeft dan iets van een blinde gok. Ik gok erop dat God bestaat, maar misschien gok ik wel verkeerd.

Maar het woord geloven gebruiken we ook op een andere manier. Denk aan het lied: "Ja, zij gelooft in mij" (André Hazes) of aan de uitdrukking: "Ik geloof in jou en mij." Dan wordt geloven zoiets als vertrouwen: Ik vertrouw op jou, ik vertrouw op onze relatie. Ik heb ervaren dat jij betrouwbaar bent. Ik heb er redenen voor in jou te geloven, jou te vertrouwen.

Geloven in God is ook zoiets als: vertrouwen op God. Als je gelooft in God, dan vertrouw je erop dat God bij je leven betrokken is en (op Zijn manier) met je meegaat door het leven; dat Hij je uitdaagt en een bedoeling met je leven heeft. En het is wel een sprong om God inderdaad te vertrouwen, maar het is geen blinde gok. Want dat Hij te vertrouwen is, dat heeft Hij laten zien. Er zijn dus ook redenen om Hem te geloven.

Maar daarover: Geloofsvragen

Wat is de kunst van het denken?